<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>kwaster.web-log.nl</title>
	<atom:link href="http://kwaster.weblog.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://kwaster.weblog.nl</link>
	<description>Een andere Weblog.nl site</description>
	<lastBuildDate>Sat, 07 Apr 2012 13:51:58 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
<xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" />
		<item>
		<title>Feuilleton of biografie</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-of-biografie/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-of-biografie/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Nov 2011 11:05:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[biografie Schenk]]></category>
		<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.weblog.nl/?p=309</guid>
		<description><![CDATA[<p>Hier vind je de posts tot 2011 Daarna ben ik verder gegaan op mijn nieuwe weblog: Noggenblog. Klik hier als je wil weten hoe het verder is gegaan met mijn zoektocht naar en de biografie van Martinus Christiaan Schenk. Noggenblog</p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-of-biografie/">Feuilleton of biografie</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hier vind je de posts tot 2011 Daarna ben ik verder gegaan op mijn nieuwe weblog: <a href="http://noggenblog.wordpress.com">Noggenblog</a>. Klik hier als je wil weten hoe het verder is gegaan met mijn zoektocht naar en de biografie van Martinus Christiaan Schenk.</p>
<p><a href="http://noggenblog.wordpress.com">Noggenblog</a></p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-of-biografie/">Feuilleton of biografie</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-of-biografie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feuilleton 55</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-55/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-55/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Aug 2011 16:29:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[biografie Schenk]]></category>
		<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/08/feuilleton-55.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Biografie &#8211; Schaarbeek Op aanraden van Roelofs was Martinus wat gaan rondkijken in Schaarbeek. In de Vanderlindenstraat werden op dat moment nieuwe huizen gebouwd. De vervallen daglonerhuisjes waren afgebroken evenals bouwvallige opstallen op de boerenerven. De straat kreeg een stadse &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-55/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-55/">Feuilleton 55</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Biografie &#8211; Schaarbeek</span></p>
<p>Op aanraden van Roelofs was Martinus wat gaan rondkijken in Schaarbeek. In de Vanderlindenstraat werden op dat moment nieuwe huizen gebouwd. De vervallen daglonerhuisjes waren afgebroken evenals bouwvallige opstallen op de boerenerven. De straat kreeg een stadse uitstraling. Op de hoek met de Paleizenstraat (Rue des Palais) werd een nieuwe Neogotische kerk gebouwd. De kerkfabriek van deze Franciscus van Paduakerk had misschien wel belangstelling voor enige schilderijen van zijn hand. Dus liet Martinus zich inschrijven voor het huis op nummer 75. Op zich was het huis wel gunstig gelegen. Het lag vlak bij het station van Schaarbeek in een buurt waar veel collega&#8217;s woonden, niet ver van het pas aangelegde Josaphatpark in de tuinen van het voormalige landgoed van de barones van Schaarbeek. Bovendien konden van hieruit de kinderen makkelijk hun school in Molenbeek blijven bezoeken. Pierre was nog te klein voor school en Jeanne moest nog zes jaar worden. Voor haar was er wel een school in Schaarbeek te vinden. De verhuizing verliep zonder problemen. Christina was opgetogen over het nieuwe huis, dat van alle gemakken was voorzien. Het had een heuse badkamer en een gloednieuwe keuken. De bouwactiviteiten in de straat gaven nog wel wat overlast, vooral door de bouwmaterialen en de opgebroken straat, die het niet makkelijk maakte om je te verplaatsen. Maar ze genoot van het inrichten van het huis. Het maken van de gordijnen, het uitzoeken van een vloerkleed en de kleuren van het schilderwerk. De mensen in de buurt waren allervriendelijkst. Zij immers zaten allemaal ongeveer in hetzelfde schuitje en kwamen uit alle delen van het land. De direct aanpalende huizen stonden nog leeg toen zij arriveerden, maar daar kwam al snel verandering in zodat het echt gezellig werd. Er woonden meer kunstenaars in de straat, al was het verloop onder hen vrij groot. Zij zagen de schilder Heyligers van nummer 56 vertrekken, net als Haseleer van nummer 70. Visconti die tegelijk met hen aankwam was binnen een paar maanden al weer weg. Later kwamen Prangey en Aubry er wonen net als Coomans. Maar verder woonden er een bakker, Nuyts en de heer De Cerf, een gepensioneerd officier. De kinderen Schenk luisterden ademloos naar zijn verhalen van de veldslagen waarin hij betrokken was geweest. Jan kon daar echt van genieten. Maar de meiden vonden het heroïsche gedoe over kanonnengebulder en spuitend bloed maar akelig. Al moesten ze toegeven dat het wel spannend was om te horen. De winkel op nummer 75 werd gehuurd door de firma J. Quique en Co., een fabrikant van poets- en polijstmiddelen. Later kwam op 73 nog meneer Matton wonen. Hij was employé op een kantoor in Brussel. Elke morgen verliet hij in alle vroegte zijn huis en kwam &#8216;s avonds pas laat weer terug. Ondanks zijn schichtige wandelgang had hij een vrolijk verende tred. En als je hem op straat ontmoette, groette hij altijd heel beleefd door even zijn hoed af te nemen en een subtiel knikje te maken met zijn hoofd. Vooral Jan kon hem prachtig nadoen tot groot vermaak van zijn zusjes.</p>
<p>Martinus ging nogal eens aan bij Roelofs, maar langzaamaan verflauwde het contact. Hun inzichten waren te verschillend en hoewel hij Roelofs graag mocht had hij niet de indruk dat het wederkerig was. Wel had hij meer aansluiting bij een buurman van Roelofs op de Chaussée de Haecht, de kunstschilder Eugène de Block. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/08/640a303eba"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e8a52f601970d alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/08/f27cef9c0d" alt="Eugene de block" /></a> Dit was een rustige man die genoeglijk kon praten over Brusselse kunstscene. Hij zelf schilderde in de Romantische traditie en had helemaal geen behoefte aan de nieuwlichterij van de jonge heethoofden die onder invloed van de &#8220;Parijse klodderaars, die zogenaamde Impressionisten&#8221;, van alles overhoop haalden. De felle kleuren, de banale onderwerpen en de wilde toets, dat alles was niet aan hem besteed. Hij kon met onverholen plezier vertellen over de vele conflicten binnen de Brusselse kunstenaarswereld. Aanvankelijk was die wereld overzichtelijk gegroepeerd rond de toonaangevende kunstenaars van de Koninklijke Academie in Brussel. Zij waren sinds 1847 verenigd in de <em>Cercle Royale Gaulois Artistique et Literaire</em>. Maar de jonge garde voelde zich achtergesteld. Hun werken werden op de tentoonstellingen steeds op de minste plekken opgehangen. Zo ontstond uit onvrede daarover in <em>1868 Le Sociëté Libre des Beaux-Arts</em>. Deze vereniging maakte tentoonstellingen met het werk van de jonge, vernieuwende kunstenaars. Aanvankelijk was dat in de ruimten van <em>L&#8217; Atelier Saint Luc</em>, waar de meesten van hen ook werkten. Maar dat was kostbaar en de organisatie verliep lang niet altijd vlekkeloos. Daarom kwam er in 1875 een einde aan en gingen de meesten weer terug naar de Cercle. Toch was er een aantal doorzetters. Zij richtten een nieuwe club op: <em>La Chrysalyde</em>. Hun tentoonstellingen vonden plaats in rokerige herbergen en café&#8217;s. &#8220;Vind je het gek dat ze geen succes hadden!&#8221;. Maar dit jaar, 1881, zouden ze voor het eerst in een betere ruimte kunnen exposeren: <strong>Zaal Janssens</strong>. Nou het zou De Block benieuwen of het dan beter loopt met die &#8220;progressieven&#8221;. Martinus vertelde over zijn ontmoeting met Felicien Rops. Hij had gehoord dat die ook mee zou doen met die tentoonstelling bij Janssens. Het stemde hem niet erg hoopvol. Eugène had het verder over nog een vereniging van kunstenaars die de kunst wilden vernieuwen: <em>L&#8217; Union des Arts</em>, maar die waren eerder behoudend dan progressief. Nee, veel vernieuwing was daarvan niet te verwachten. Anders lag dat bij de nog jonge groep die zich L&#8217; Essor noemden, daar zaten een aantal mensen bij die misschien wel interessant waren. Hij noemde Fernand Knopff, James Ensor en Theo van Rijsselberghe. Dat waren jongens die iets nieuws te bieden hadden. Niet dat De Block zich daarbij thuisvoelde, maar het had wel wat. Ze spraken af samen eens naar een tentoonstelling van L&#8217; Essor te gaan.</p>
<p>Dat jaar is er op nummer 56 weer een kunstschilder komen wonen. Dit keer een schilder uit Nederland. Het is Carel Joseph Grips uit het Noord Brabantse Grave. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/162/a05b09f18d"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e8a530431970d alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/08/5e5cb0e8da" alt="Carel grips atelier van de kunstenaar" /></a>Grips is getrouwd met een zuster van de <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/162/e26d99ed75"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b0153905fc92d970b alignright" style="margin: 0px 0px 5px 5px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/08/2ac351902d" alt="93423_Grips" /></a>schilder Antoon Heyligers, die vroeger in dit huis woonde. Ook met Carel kon Martinus goed over het werk praten. Zij deelden een romantische kijk op het kunstenaarschap en hadden beiden belangstelling voor religieuze kunst.  Maar zij volgden allebei de vorderingen van de Franciscuskerk met professionele belangstelling. Vooral voor Martinus begon de tijd te dringen. De opdrachten uit Nederland droogden op en in Brussel was de concurrentie wel heel heftig. Zijn schilderijen op de salons bleven onopgemerkt en onverkocht, zodat hij zich toch wel wat zorgen begon te maken. Christina was weer zwanger en dat kwam nu toch echt wat minder goed uit. Hij zou nog maar eens een brief sturen aan Van Heukelum, al beseft hij wel dat die nu erg druk was in zijn parochie in Jutphaas.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-55/">Feuilleton 55</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-55/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>7</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feuilleton 54</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-54/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-54/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 30 Jul 2011 14:24:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[biografie Schenk]]></category>
		<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/07/feuilleton-54.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Biografie &#8211; Avant-garde De verhalen van Martinus over het schilderen in de vrije natuur hadden diepe indruk gemaakt op zijn zoon Jan. Het was dan ook niet lang daarna dat hij bij Martinus informeerde hoe die er over dacht als &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-54/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-54/">Feuilleton 54</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Biografie &#8211; Avant-garde</span></p>
<p>De verhalen van Martinus over het schilderen in de vrije natuur hadden diepe indruk gemaakt op zijn zoon Jan. Het was dan ook niet lang daarna dat hij bij Martinus informeerde hoe die er over dacht als Jan naar de kunstacademie zou gaan. Dat was al eens eerder ter sprake gekomen en hoewel Martinus het talent dat hij nodig achtte niet herkende in zijn zoon, was de gedachte dat die in zijn voetsporen zou treden dermate aantrekkelijk dat hij beloofde eens te informeren naar de mogelijkheid. Al snel bleek dat het toch niet al te moeilijk was om een plaats op de academie te bemachtigen. En dus ging Jan direct na het behalen van zijn diploma van de middelbare school naar de academie. Dat leverde aanvankelijk flink wat stof tot discussie op. Martinus wist wel hoe het toeging op een academie en zat vol goede raad. Maar Jan sloot zich toch steeds meer af van zijn vader. Martinus dacht dat hij het moeilijk had om zich staande te houden in de felle competitie die heerst aan zox92n instituut. Daarom liet hij hem maar begaan. Hij zou zijn draai wel vinden. Slechts heel sporadisch kwam er een gesprek met Jan op gang over de inzichten die er heerste op de academie, over doel en functie van kunst. Waarin de kwaliteit van kunst was gelegen. Martinus deelde zijn herinneringen aan de discussies die destijds op de academie van Amsterdam werden gevoerd over de verschillende vormen van kunst. Hoe aanvankelijk het genreschilderen werd verguisd en de historieschilder werd verheerlijkt. Ook herinnerde hij zich de discussies met Johann Schwartze over de portretkunst. Dat het niet de bedoeling was om te flatteren of te karikatureren, maar dat het naar voren brengen van het nobelste in de geportretteerde het doel van de kunst genoemd moest worden. Hij vertelde ook aan Jan dergelijke discussies gevoerd te hebben met Willem Stoof in Utrecht, al verliepen die gesprekken heel wat geanimeerder. Zo hadden ze zich eens gezamenlijk nogmaals vrolijk gemaakt over dominee H.J. van der Meulen, die in 1853 een open brief aan Stoof had geschreven in Pantheon, een tijdschrift &#8220;ter verspreiding van nuttige kennis&#8221;, over de &#8220;roeping des schilders&#8221;. Volgens Van der Meulen is dat: &#8220;de natuur, zo getrouw mogelijk, na te bootsen, haar ware schoonheden, haar diepe waarheden, ons in een kunstig kleed voor te toveren&#8221;. Waarop Stoof had geantwoord dat hij deze opvatting niet geheel kon delen, omdat er een onderscheid gemaakt moest worden tussen natuurschoon  en kunstschoon. Dat laatste kwam hij ook weer tegen bij Roelofs en diens geestverwanten. Martinus eigen opvattingen gingen nog een stap verder. De kunst had volgens hem als doel het wezenlijke van het leven uit te dragen als in een lofzang op de diepere betekenis daarvan. Dat zijn geloof, zijn religieuze gevoelens daarbij voor hem een belangrijke rol speelden was evident, maar niet noodzakelijk voor de kunst an sich. Jan had niet veel in te brengen. Deels uit respect voor zijn vader en diens opvattingen, maar ook omdat wat hij op de academie hoorde al zo verwarrend was. Er waren leraren die de opvattingen van Martinus grotendeels deelden, maar er waren er ook die daar diametraal tegenover stonden. Met de medeleerlingen was het net zo. De meesten volgden de opvattingen van de leraren in alle diversiteit. Toch waren er ook die zich daar juist weer tegen afzetten. Een van hen was James Ensor, een vreemde snoeshaan uit Ostende, die heel vaak het hoogste woord voerde. Zijn donker ogen stonden fel in het spichtige gezicht en schoten vuur als hij in een betoog zijn mening verkondigde. Soms liet hij prenten zien van kunstenaars, die een heel andere weg waren ingeslagen. Zo liet hij afbeeldingen zien van het werk Felicien Rops,<a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/e5428e7cc1"><img class="asset  asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b0154341dd22d970c" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/8601c351a0" alt="Rops" /></a> <br />
een Waalse kunstenaar, die nu ook in Brussel woonde. Jan wist met dat werk niet goed weg. Hij zou het nooit aan zijn vader durven laten zien. Het appelleerde aan de zondigste gevoelens van een Katholieke jongen, iets waarover hij zich schaamde tegenover zijn zedige ouders.</p>
<p>Martinus op zijn beurt had maar een matig contact met zijn collega&#8217;s. Toch wilde het toeval dat hij op een doordeweekse dag oog in oog kwam te staan met diezelfde Felicien Rops. Het was in de tram op de Avenue Louise. Hij herkende hem van een ontmoeting in de sociéteit enkele dagen daarvoor, waarbij hij door een collega was aangewezen als die zot van de Avenue Louise. Rops zat op de bank met naast zich een lege plaats waar Martinus net wilde gaan zitten. Hij sprak hem aan in onberispelijk Frans, want ook Rops had Martinus herkend van die ontmoeting. Na wat beleefdheidsfrasen vroeg hij hem om hem te willen helpen bij wat sjouwwerk. Ze waren vlak bij zijn huis op nummer 317. Dan zou hij Martinus meteen laten zien waarmee hij bezig was. Och, Martinus was de beroerdste niet. Bovendien was zijn boodschap op niets uitgelopen, aangezien de heer van een kerkfabriek waarmee hij een afspraak had gemaakt in de abdij van de Cambré niet op het afgesproken uur aanwezig bleek en hij geen zin had gehad om lang te zitten wachten. Dus ging hij in op het verzoek van Rops, al was het maar om de middag niet nutteloos voorbij te laten gaan. De eerstvolgende halte stapten zij uit. Het huis dat Rops bewoonde was een statig pand. Achter de zware eikenhouten deur lag een prachtige marmeren gang met een rijk geornamenteerd gipsen plafond. De gang stond vol met schilderijen van diverse formaten die vier/vijf rijendik tegen de lambrisering waren gezet. Een brede trap voerde naar de overloop op de eerste etage waarop een aantal deuren uitkwamen. Felicien wees op een daarvan en zei: Kijk, daar moet de rotsooi naartoe. Maar we zullen ons eerst wat moed indrinken. Hij opende een deur naar de salon, die aan de straatkant was gelegen en wees Martinus een grote crapaud aan om plaats te nemen. Wat zal het zijn?, vroeg hij. Ik heb een mooie port.  Of heb je liever bier? Martinus koos de port. Een beetje dan, voegde hij er bescheidenheidhalve aan toe. Hij verdween naar de andere kamer en kwam terug met twee bellen van glazen ruim boven de helft gevuld met een prachtig donkerroodbruin vocht. Proeven! Riep hij en zette als voorbeeld het glas aan de gulzig getuite lippen. Een wellustig Aaahhh!!!! gaf aan dat de gastheer zelf heel tevreden was over de kwaliteit van de drank. Martinus kon niet anders dan toegeven dat het een hele mooie port was. Rops vertelde van zijn laatste reis naar Parijs. Daar gebeuren dingen die je niet voor mogelijk houdt, betoogde hij. Daar werd met kleur geschilderd zoals jullie grijzenhollanders, hahaha, niet van kunnen dromen!!!! Hij vertelde over zijn project met Baudelaire, een dichter waarvan Martinus nog nooit had gehoord. Maar Felicien vertelde er zo aanstekelijk over dat Martinus steeds meer geïnteresseerd raakte. Felicien ging de glazen nog eens vullen en kwam terug met een dichtbundel waaruit hij met veel elan en volume begon te reciteren. Martinus ontging de inhoud volledig, maar het was aangenaam zijn gastheer zo uitbundig in de weer te zien. Kijk, riep hij, hier heb ik deze prent bij gemaakt! Hij toonde hem een bladzijde van het boek waar een monstrueuze tekening niet veel onthulde van de inhoud van de verzen. Felicien sloeg met een klap het boek dicht en riep: Komaan, we moeten aan het werk! Hij ging hem voor naar de gang en wees aan welke werken beneden konden blijven en welke naar boven moesten. Zelf nam hij twee schilderijen en liep de trap op. Martinus volgde ook met twee schilderijen naar het atelier op de eerste etage. Het was een ruime kamer met een hoog plafond. Twee grote ramen boden uitzicht op de binnenplaats waar een monumentale boom het zicht op de achterliggende huizen ontnam, maar zorgden voor een mooi diffuus licht. Nu zag Martinus pas wat hij aan het sjouwen was, hij had een schilderij in handen waarop een kruisbeeld was afgebeeld.</p>
<p> <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/212239ffa4"><img class="asset  asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b0153904a7a1b970b" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/0f41363298" alt="Study_temptation_anthony_hi" /></a><br />
Maar het was geen Christus die aan het kruis hing. Het was een naakte vrouw met gevulde vormen, die in een wellustige houding aan het kruis was genageld. Martinus voelde hoe zijn nekharen overeind schoten. Dit was meer dan godslasterlijk! Dit was zuivere pornografie! Het maakte hem kwaad en verwarde hem tegelijk. Toch zei hij niets tegen Rops. Hij zette de werken tegen de tafelrand en ging naar beneden om de andere werken op te halen. Beneden keek hij nog eens naar de schilderijen die daar stonden. Vol schaamte moest hij bekennen dat ze wel knap geschilderd waren. Ze hadden een zacht licht en de plastiek was overtuigend. Maar die voorstellingen! De een nog scabreuzer dan de ander. Hij pakte er twee en bracht ze naar boven. Halverwege kwam Felicien de trap af. Vind je ze mooi?, vroeg hij. Maar gelukkig wachtte geen antwoord af. Nog twee keer liep Martinus met werk naar boven. Nu is het tijd voor een glaasje riep Rops. Maar Martinus bedankte en zei dat er thuis op hem werd gewacht. Gehaast nam hij afscheid, bedankte voor de port en sloeg de deur achter zich dicht. Ja hij begreep wel waarom deze man talk of the town was, maar wat een afschuwelijke schilderijen! Hoogst verwarrend.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-54/">Feuilleton 54</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-54/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>feuilleton 53</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-53/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-53/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Jul 2011 10:39:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/07/feuilleton-53.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Retour Ik ben niet altijd zo reislustig. Af en toe bedenk ik een truc om aan informatie te komen die mij verder kunnen helpen bij mijn zoektocht. Zo had ik gevonden dat de familie Schenk enige tijd gewoond heeft op &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-53/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-53/">feuilleton 53</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Retour</span></p>
<p>Ik ben niet altijd zo reislustig. Af en toe bedenk ik een truc om aan informatie te komen die mij verder kunnen helpen bij mijn zoektocht. Zo had ik gevonden dat de familie Schenk enige tijd gewoond heeft op een adres in Brussel: Ninoofsesteenweg 191 in de gemeente Sint Jans Molenbeek. Nu ben ik heel benieuwd of dat huisnummer nog hetzelfde is als destijds en of het huis uit de negentiende eeuw er nog staat. Daarom had ik een brief geschreven om te sturen naar de bewoners van het huidige pand op dat adres. Ik had het voor alle zekerheid ook in het Frans vertaald, met een vertaalmachine aangezien mijn schriftelijke vaardigheid in die taal behoorlijk is weggezakt. Daarin deed ik het verzoek om een foto te sturen van het huidige pand.<a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/963910b06f"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b01538fbdf10b970b alignleft" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/766cb18945" alt="Juni 2011a 030" /></a> De brief deed ik vorige week op de post, maar vandaag zat hij weer bij mij in de brievenbus. Hij heeft de bestemming niet bereikt volgens een aangehechte sticker omdat het adres onvolledig/onjuist is. Nu zie ik dat ik ook nog € 0 0,04 te weinig aan portokosten heb betaald, maar dat was niet de reden om hem aan mij terug te sturen. Toch jammer. </p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/831bfd8555"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e89b1347b970d alignleft" style="border: 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/57b11a7471" alt="Ninoofse steenweg molenbeek brussel" border="0" /></a>Gelukkig vond ik op de Witte Gids BE een luchtfoto van het stukje straat waar de familie gewoond heeft. (Helemaal rechts zie je nog net een stukje van de Neogotische Heilige Barbarakerk.) De foto maakt mij duidelijk dat de huizen toch allemaal van recentere datum zijn.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-53/">feuilleton 53</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-53/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feuilleton 52</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-52/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-52/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 Jul 2011 15:16:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/07/feuilleton-52.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Vorderingen   Nieuwsgierige koeien in Vierakker Gisteren was een dag die vrolijk stemt. Ik had besloten om een bezoek te brengen aan twee kerken waar een kruisweg van Schenk hangen. Beide in de Gelderse Achterhoek; Olburgen en Vierakker. Tevoren had &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-52/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-52/">Feuilleton 52</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Vorderingen</span></p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/847821396b"><img class="asset  asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b0154336543f6970c" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/0218f1fdf7" alt="Juni 2011 243" /></a> <br />
<span style="font-size: 8pt"><em>Nieuwsgierige koeien in Vierakker</em></span></p>
<p>Gisteren was een dag die vrolijk stemt. Ik had besloten om een bezoek te brengen aan twee kerken waar een kruisweg van Schenk hangen. Beide in de Gelderse Achterhoek; Olburgen en Vierakker. Tevoren had ik via Google-maps en Streetview mij van de situatie ter plaatse op de hoogte gesteld, maar de werkelijkheid is veel mooier dan mijn PC mij kan doen geloven. Via een lange rit over snelwegen door Flevoland, Utrecht en Gelderland, reed ik van Velp naar Dieren. Langs de Posbank en ander natuurschoon stond ik plotseling aan de oever van de IJssel te wachten op het veerpontje. Dat bracht mij voor slechts € 1,60 naar de Achterhoek. 2 Km verder reed ik het dorp Olburgen binnen. De Kerk was het eerste wat ik tegen kwam. Helaas was die gesloten. Niet geheel onverwacht, maar toch. De pastorie bleek bewoond door een vriendelijke Randstedeling, die het pand huurde, maar geen enkel connectie met de kerk had. Het café tegenover de kerk was gesloten en andere buren bleken niet thuis. Tot mijn grote vreugde kwam er een auto de straat ingereden, die stopte achter een van de huizen. Brutaalweg stapte ik er achter aan en vroeg de bestuurder of hij wist wie een sleutel van de kerk heeft. Dan moet u bij tante zijn, zei de man, terwijl hij mij wees op een volumineuze dame op gevorderde leeftijd die zich steunend op een stok moeizaam een weg baande over het rulle grindpad. Ik werd door haar uitgenodigd om binnen te gaan in de keuken van de boerderij. Nee zij had geen sleutel, maar zou wel eens bellen of er iemand te bereiken was die mij de kerk kon laten zien. &#8220;Ja die kruisweg, dat heeft uw overgrootvader goed gedaan. Ze zijn heel mooi.&#8221; Zij praatte maar door terwijl zij naar telefoon en de benodigde nummers zocht. Maar de voorzitter van het parochiebestuur was niet thuis. Ja die zal wel bij zijn dochter met de drie kleinkinderen zitten, u weet wel, hahaha. Nog een belletje leverde eveneens geen bevredigend resultaat. Vanmiddag, ja, dan is iedereen weer thuis. Ik bedankte vriendelijk voor de geoffreerde koffie en besloot dan maar eerst naar Vierakker te rijden, een ritje met de auto van niet meer dan twintig minuten. Vierakker is geen dorp hoor. Het is een vlek met wat boerenland, wat percelen bos, een adellijk landhuis, een café-restaurant en een kerk. Bij die kerk moest ik zijn, maar helaas was die pas geopend vanaf half twee. Nu liep het al tegen half twaalf, dus was het geen probleem om te wachten. In de naastgelegen uitspanning genoot ik van een heerlijke lunch, die van de waard de romantische naam Een Broodje-Dwars-Door-De-Tuin had meegekregen. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/6d73ca52af"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e8985371a970d alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/eda4f60bcc" alt="Vierakker Willibrorduskerk 004" /></a> Daarna bezocht ik dan de kerk. Dat viel me helemaal niet tegen. Fantastisch hoe dit negentiende-eeuwse kerkje in al zijn pracht geheel in originele staat bewaard is gebleven. Natuurlijk ging mijn eerste aandacht uit naar de kruisweg die, zo vertelde iemand mij, onlangs van vuil en verkleurde vernis was ontdaan. Kijk eens hoe prachtig al die gezichtjes zijn geschilderd. Ja dat was echt genieten, Ook vond ik twee signaturen van oudopa. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/75c96c3161"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e89870b68970d alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/ea2f2e7438" alt="Signatuur kruisweg vierakker 1" /></a><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/3c73d0c240"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b01538f93bd33970b alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/fd685ba56e" alt="Signatuur kruisweg vierakker 2" width="111" height="74" /></a>Een keer had hij getekend met M.C.Schenk en een keer met MCS. Maar ook de rest van de kerk met een schitterend hoogaltaar een Jozef- en een Maria-altaar en in een zijkapel nog een Catharina-altaar. Prachtig gepolychromeerd   beeldhouwwerk van Mengelberg, een kunstig gelegde tegelvloer, beschilderde wanden en kruisbogengewelven met medaillons. Ook de gebrandschilderde ramen waren allen in tact (onlangs gerestaureerd), maar oogden authentiek zoals de gehele kerk. Ik mocht nog een blik werpen in de schatkamer van de kerk, met zijn prachtig goud- en zilverwerk, twee kazuifels waarvan één had gediend bij de begrafenis in 1936 van baron Charles Ruijs de Beerenbrouck (voor Lubbers de langstzittende premier van Nederland).</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/7773f5df01"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e89853a9d970d alignleft" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/e0630d1c25" alt="Juni 2011 247" /></a><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/e94304a611"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e898538ce970d alignleft" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/07/3510fbc838" alt="Juni 2011 246" /></a>Na wat foto&#8217;s van de staties gemaakt te hebben ging ik weer terug naar Olburgen. Daar trof ik Tante weer. Maar zij was teleurgesteld dat ik er nu pas was. Nu is iedereen weer weg, mopperde zij. Hetgeen na een telefoontje naar de voorzitter ook werd bewaarheid. Ik kreeg een glaasje fris voorgezet, wat Tante de gelegenheid bood om mij te vertellen over Dorothea Visser. Deze vrouw is begraven op het kerkhofje van Olburgen. In haar devote leven van 1814 tot 1876 heeft Dora veel gevast, gebeden en geleden aan ziektes en verwondingen. Zij was gestigmatiseerd en na haar dood heeft op haar voorspraak minstens één wonderbaarlijke genezing plaatsgevonden. Vandaar dat Tante zich met een stichting inzet voor een zaligverklaring door de paus. Tante gaf mij een boekje en een bidprentje mee en het bankgironummer 36.11.21.873 t.n.v. Stichting Vrienden van Dora Visser voor het doen van donaties. Ik beloofde nog eens terug te komen en nam afscheid. De gierpont bracht me weer terug naar mijn eigen wereld.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-52/">Feuilleton 52</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/feuilleton/feuilleton-52/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feuilleton 51</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-51/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-51/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Jun 2011 18:13:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[biografie Schenk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/06/feuilleton-51.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Biografie - Brussel Molenbeek 2 Het verblijf in Brussel deed de familie goed. De kinderen hadden het reuze naar de zin. Stientje die inmiddels al 18 jaar was hielp moeder in het huishouden en de zestienjarige Jan hielp vader bij zijn &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-51/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-51/">Feuilleton 51</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Biografie - Brussel Molenbeek 2</span></p>
<p>Het verblijf in Brussel deed de familie goed. De kinderen hadden het reuze naar de zin. Stientje die inmiddels al 18 jaar was hielp moeder in het huishouden en de zestienjarige Jan hielp vader bij zijn werk, daarnaast was hij als leerling/gezel werkzaam in het decoratieschildersbedrijf van Jules Ottens, die in de straat op no.123 woonde. De meisjes Marie, Emma en Anna gingen naar school zodat overdag alleen de kleine Jeanne thuis was en zich daar prima vermaakte. Nu de rust in het gezin was weergekeerd, ging het ook weer beter tussen Martinus en Christina. Christina had wat meer tijd en investeerde in sociale contacten.</p>
<p>Op 12 april 1878 kreeg de familie een telegram uit Holland dat vader Schenk was overleden. Martinus en Christina reisden naar Amsterdam maar kwamen toch pas twee dagen na de begrafenis aan. Zoveel viel er niet meer te regelen want zijn jongere halfbroer Jan en zijn vrouw Rietje Pieters hadden alles keurig voor elkaar. Ze moesten alleen nog even langs bij de notaris. Voor de financiële afwikkeling had die wat handtekeningen van de familie nodig. Op diens verzoek gingen ze ook nog even langs bij de heer Froger. De man was diep geroerd door het verlies van zijn trouwe werknemer, die gedurende drieënvijftig jaren drie generaties Froger had gediend. Ze bezochten het graf van vader die bij zijn vier jaar daarvoor overleden vrouw ter aarde was besteld. Na de speciale Mis die Martinus voor zijn vader liet opdragen gingen ze weer terug naar Brussel. Tijdens de afwezigheid van de ouders had Stientje voor de kinderen gezorgd. Vader en moeder Schenk waren erg trots op haar, vooral omdat zij er zich zo goed van had gekweten.</p>
<p>Op 13 juli van dat jaar werd er een zoontje geboren, die geheel in Brusselse stijl de namen Pierre Jean Barthelomé kreeg toebedeeld. Martinus was heel blij met zijn nieuwe zoon en vertroetelde hem wanneer hij maar de kans kreeg. Toch had hij het druk, want er kwamen aansporingen vanuit Holland voor de afwerking van de kruisweg voor Oldenburg, voor de laatste staties voor Kampen en hoe het zat met de kruiswegstaties voor Bakhuizen. Aan ander schilderwerk kwam hij voorlopig niet toe. Trouwens Roelofs had hij al die tijd in Brussel niet ontmoet. Het contact met de andere kunstenaars in Brussel verliep ook veel moeizamer dan dat hij gedacht had. Er heerste een totaal andere mentaliteit dan hij gewend was. Och, als hij ze ontmoette was het heel gezellig. Iedereen was altijd bereid om het glas te heffen. Er viel ook steeds wat te vieren. Maar een goed inhoudelijk gesprek liep toch vaak stuk op mentaliteit en/of spraakverwarringen. Martinus bezocht veel tentoonstellingen van schilderkunst en wat hij daar zag beviel hem maar matig. Hij vond nergens een aansluiting op zijn eigen ideeën. Dat was aanvankelijk wel heel verwarrend en teleurstellend. Maar verder had hij niets te klagen.  Zijn werk vlotte aardig en werd in Holland goed ontvangen. Toch kreeg hij in België zelf nauwelijks een voet aan de grond. De paar portretten die hij maakten leverden onvoldoende op. Hij nam de opdrachten aan om wat naam te maken, maar dat lukte onvoldoende.</p>
<p>In het najaar van 1880 had hij eindelijk contact met Willem Roelofs, die weer eens uit Nederland was teruggekeerd. Eigenlijk was hij nooit weggeweest maar hij was opnieuw getrouwd en was nogal vaak weg. Ook had hij regelmatig in Holland geschilderd met een van zijn vele vrienden. Hij kon boeiend vertellen over zijn schilderavonturen met Johannes Bilders, Willem Maris, Paul Gabriël en Anton Mauve. Schilderend in de bossen bij Oosterbeek of langs de rivier, maakte je van alles mee. Je zag daar wat het licht doet met de natuur. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/156/7f94e8bd4f"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b015433145299970c alignleft" style="margin: 0px 0px 5px 5px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/c719368921" alt="Willem Roelofs" /></a> Hoe de wolken weerspiegelen op het water. Hoe het water zelf van kleur veranderde bij elk zuchtje wind. Wat de zon doet met die weerspiegelingen. Hoe de bomen grafisch afstaken tegen de lucht. Van lijnenspel en kleurmassa&#8217;s. Van verf die droogt onder je handen als de zon er vat op krijgt en wat zand en stof doet met de natte verf op je doek. Het was een lang pleidooi voor het buitenschilderen. En hoewel Martinus heel geïnteresseerd was ook in de voorbeelden die hij in het atelier van Roelofs aantrof, werd hij er toch niet warm of koud van. Hij liet dat ook doorschemeren aan zijn gastheer, maar die liet zich niet van de wijs brengen. Enthousiast ging hij door met zijn schilderijen te expliceren. Wat voor weer het was. Hoe warm of hoe verschrikkelijk koud. Over het sjouwen met de spullen en verhalen over nieuwsgierige koeien die zijn ezel kwamen omduwen. Nee, Martinus wist niet wat hij miste. Binnenkort ging hij met een stel vrienden in Limburg aan de slag. Als Martinus zin had moest hij maar eens meegaan. Hij zou nog laten weten wanneer ze gingen. Geheel overdonderd nam Martinus afscheid en beloofde een keer mee te gaan. Maar gerust was hij er niet op. Was dit nou de nieuwe schilderkunst? Wat was het hogere doel van dit werk? Hij zag wel dat er veel meer beleving in zat dan in de landschappen die hij kende. Het zou zeker spannend zijn om te doen, maar je schildert toch niet alleen voor je eigen plezier? Het moet toch ergens over gaan en dat viel vooralsnog niet te herkennen. Hij kon het maar moeizaam verwerken. Christina begreep ook niet waarmee hij worstelde en moedigde hem aan om een keer met Roelofs mee te gaan. Dit was immers waar het hem allemaal om te doen was geweest? Jawel. Maar de twijfel had bezit van hem genomen. Hij schudde het van zich af en stortte zich weer op een nieuwe kruiswegstatie. Hij zou wel zien.</p>
<p>Hij had zich van alles aangeschaft. Een gemakkelijk reiskostuum en waterdichte laarzen, een koffer met aparte vakken waarin hij ook schildermateriaal kon opbergen inclusief twee geprepareerde schildersdoekjes en van die nieuwerwetse verf, die verpakt was in loden tubes. De rest van zijn uitrusting had hij van huis bij elkaar gezocht. Op het station ontmoetten ze elkaar. Ze zouden met de trein naar Mechelen reizen en vandaar naar Luik. Onderweg zouden Paul en Theo zich nog bij het gezelschap voegen. In Luik zouden ze overnachten bij een vriend van Paul die zelf een vermaard amateurschilder was. Het werd een nogal wilde avond met veel wijn en bier. Martinus was niet zo&#8217;n innemer en had wat moeite om niet al te dronken te worden. Die nacht sliep hij slecht vanwege de drank, maar ook door de spanning die dit ongewone uitstapje met al die onbekende mannen met zich meebracht. De volgende dag gingen ze met de diligence verder naar Cadier en Keer waar ze de laatste schildergenoot zouden oppikken. Deze man die Joost heette, kende de mooiste plekjes van Limburg en was essentieel voor de onderneming. Pas tegen de avond bereikten ze een dorpje aan een riviertje waarin zij genoten van een Bourgondische maaltijd met veel wijn. Ze sliepen in een schuur bij een watermolen op strobedden. Nou slapen was een groot woord, want Martinus deed bijna geen oog dicht. Het stro prikte aan allekanten in zijn lijf en het water van de beek maakte een enorme herrie bij het neerkletteren uit het waterrad. Maar welgemoed werd hij om zes uur wakker van een haan die vlak boven zijn hoofd stond te kraaien. Ook de andere mannen waren wakker geworden en gingen zich wassen bij de beek. Na een ontbijt met hard brood en eieren. Gingen ze op weg. Het was de bedoeling dat men zich zou verspreiden en aan het eind van de middag het werk dat men gemaakt had met elkaar zou bespreken. Uit gemakzucht of uit onzekerheid besloot Martinus om maar vlakbij te blijven en proberen de molen op het doek te krijgen. Hij zocht een plekje waarbij hij op een stenen muurtje kon gaan zitten. De koffer die hij als steun voor zijn doekje gebruikte zette hij voor zich neer. Heel lang geleden had hij wel eens met vrienden van de academie in de buurt van Amsterdam tekeningen gemaakt van de omgeving. Soms waren dat aquarellen, maar met olieverf had hij dat nog nooit gedaan. Hij riep zich de schilderijen van Roelofs, die hij in diens atelier had gezien voor de geest en begon in die trant een opzet te maken. Het wilde niet echt lukken. Hij had net niet de juiste kleuren bij zich. Zijn beste penselen had hij maar thuisgelaten. Hij zat niet goed voor het doek. Zijn humeur zakte steeds verder naar een bedenkelijk niveau zodat onwelvoeglijke woorden zijn mond verlieten. Tegen de middag was het licht zo veranderd dat hij net zo goed opnieuw kon beginnen, wat hij ook daadwerkelijk deed. Roelofs kwam eens langs om te kijken hoe het hem verging. Hij lachte hem net niet uit, maar zijn woorden klonken bemoedigend. Martinus ging nog maar even door. Hij kreeg honger en besloot om zijn boeltje maar weer in te pakken en terug te gaan naar de plek waar ze ontbeten hadden aan de andere kant van de molen. Hij was verrast dat hij daar alle anderen bij elkaar zag zitten met een glas in de hand druk pratend. Martinus werd verwelkomd en iedereen toonde zijn werk van die dag.  Martinus was erg onzeker over het resultaat van zijn eigen werk. Iedereen was vol lof over wat hij gemaakt had. Natuurlijk wisten ze wel dat het voor hem de eerste keer was, maar ze prezen zijn aanpak. Toch zag Martinus dat het erg afweek van hetgeen zijn collega&#8217;s hadden gemaakt. De meesten hadden gekozen voor een stuk lucht met wat boomgroepen in de verte, de zacht glooiende heuvels of een rustiek het met een boer. In alle schilderijen zag hij iets terug van de wolkenluchten die hij die dag langs had zien komen, maar waar hij geen vat op had gekregen in zijn schilderij. Na de maaltijd in de uitspanning van het dorp, waarbij het er erg vrolijk aan toeging, begaf men zich weer naar de molen voor een goede nachtrust. De volgende morgen ging men weer schilderen maar tegen vier uur zou de diligence hun weer naar Luik brengen.</p>
<p><a href="http://kwaster.web-log.nl/.a/6a0133eff7478c970b01538f415e73970b-popup"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b01538f415e73970b alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/f9568b0ba6" alt="Molen aan de Gulp" /></a> Thuisgekomen had Martinus heel wat te vertellen. Vooral Jan zat met rode oortjes te genieten van de verhalen van pa. Christina vond het maar zo zo, maar kon een lachje niet onderdrukken. Nadat hij het schilderij in het atelier nog een beetje had gefatsoeneerd nam hij het mee naar Roelofs om het nog eens met hem te bespreken. Die gaf Martinus nog wat goede raad en aanwijzingen en zei tot slot dat hij het schilderij bij hem kon achterlaten. Hij wist er wel een koper voor te vinden. Bovendien zei hij, dat er hier in Schaerbeek een geweldig huis met atelier te huur was. Martinus moest maar eens gaan kijken.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-51/">Feuilleton 51</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-51/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kampen</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/ge-schenk/kampen/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/ge-schenk/kampen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 Jun 2011 15:51:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>
		<category><![CDATA[ge-schenk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/06/kampen.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Vandaag was ik naar Kampen, omdat ik in verband met het volgende stukje van de biografie wat afbeeldingen wilde hebben van de staties die hangen in de Onze Lieve Vrouwe Ten Hemelopnemingkerk in die plaats. Eerder schreef ik al dat &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/ge-schenk/kampen/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/ge-schenk/kampen/">Kampen</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vandaag was ik naar Kampen, omdat ik in verband met het volgende stukje van de biografie wat afbeeldingen wilde hebben van de staties die hangen in de Onze Lieve Vrouwe Ten Hemelopnemingkerk in die plaats. Eerder schreef ik al dat ik een mail gestuurd had naar de archivaris van de parochie. Op hun site hadden zij  vermeld dat de staties geleverd waren door Martinus Schenk uit Brussel. Ik verkeerde destijds in de veronderstelling dat Schenk nooit in Brussel had gewoond en schreef dus dat zij zich vergisten. Ik heb nooit antwoord gekregen op die mail ook niet toen ik verzocht om mij foto&#8217;s van het werk te sturen. Dus dan maar zelf foto&#8217;s maken. Ik had gezien dat er op de derde vrijdag van de maand een bejaardenmis wordt opgedragen en aangezien ik ruim 65-plus ben leek het mij wel gepast om een en ander te combineren. Maar helaas. Geen bejaardenmis. Gelukkig was de kerk wel open, omdat er gewerkt werd aan restauraties en er was een vriendelijke dame bezig om de vloer te stofzuigen. Maar dubbel helaas. Geen kruiswegstaties. Die bleken voor restauratie naar elders te zijn gebracht. De dame hoopte dat ze voor Kerstmis terug zouden zijn, maar zeker was dat niet. Nou dan zult u bij het volgende stukje biografie de afbeeldingen moeten missen. Jammer hè.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/juni-2011-041.jpg"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-810" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/juni-2011-041-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></a>Nou dan maar een foto van een alleraardigst project waabij honderden kraanvogels voor een goed doel aan uiterst dunne draadjes over de kerkvloer zweefden.</p>
<p> en nog een en detail <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/ac50f893e3"><img class="asset  asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b01543313b01e970c" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/4441688c1a" alt="Kraanvogels 2" /></a> klik</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/ge-schenk/kampen/">Kampen</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/ge-schenk/kampen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>feuilleton 50</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-50/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-50/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Jun 2011 09:29:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[biografie Schenk]]></category>
		<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/06/feuilleton-50.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Biografie - Brussel Molenbeek Al in de zomer van 1876 verhuisde het gezin Schenk naar Brussel. Iedereen die hij daar naar had gevraagd adviseerde hem om te doen wat zijn hart hem ingaf. Zelfs zijn oude vader, die besefte dat de &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-50/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-50/">feuilleton 50</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Biografie - Brussel Molenbeek</span></p>
<p>Al in de zomer van 1876 verhuisde het gezin Schenk naar Brussel. Iedereen die hij daar naar had gevraagd adviseerde hem om te doen wat zijn hart hem ingaf. Zelfs zijn oude vader, die besefte dat de bezoekjes van zijn zoon en aanhang daardoor nog minder frequent zou worden, moedigde hem aan de stap te wagen. Martinus had eerst aan kennissen die bekend waren in de Belgische stad gevraagd om eens uit te kijken naar een geschikte woning, maar dat had allemaal niets opgeleverd. Daarom was hij op goed geluk naar Brussel gereisd en ter plaatse contact gezocht met Roelofs. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/7b0e7030c5"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e892ce0b3970d alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/b91fa3f9cd" alt="Chausxe9e d'Haecht" /></a> Die woonde in de wijk Schaerbeek aan de Chaussée de Haecht op nummer 218, maar hij trof hem niet thuis. Men vertelde hem dat hij op dat moment in Holland was. Op zijn vraag naar woonruimte werd hij doorverwezen naar een adres in Molenbeek Saint Jean. Hoewel Martinus zich in het Frans redelijk verstaanbaar kon maken verliep de conversatie toch moeilijker dan hij had verwacht. Toch werd zijn zoektocht uiteindelijk beloond. Hij kon een woning huren aan de Chaussée Ninove. Ergens tussen het Plein van de Hertogin van Brabant en de Vier-windenstraat vond hij een huis dat hem geschikt leek voor het gezin en zijn affaires. Het huis op nummer 191 bevatte vier kamers en een ruime zolder. Er was zelfs een badkamer en een keuken. De zolder had een ruim dakraam zodat er voldoende lichtinval was om te kunnen schilderen. De omgeving was druk maar leek Martinus wel gezellig. Er waren wat levensmiddelenwinkels in de buurt en hem werd verteld dat de buurt ook goed stond aangeschreven. Op nummer 139 woonde de schilder Ottens en niet ver daarnaast de heer Gys, die een bekend architect zou zijn. Een van zijn directe buren was Guillaume Lanckmans, een fabrikant van gasapparatuur, die zijn bedrijf had in de er achtergelegen buurt. Anderen waren renteniers, kooplieden en een schrijnwerker. Martinus wist een schappelijke huurprijs te bedingen en ging vol goede moed terug naar Utrecht om de verhuizing voor te bereiden.</p>
<p>In Utrecht ging Martinus langs bij al zijn connecties om zijn vertrek aan te kondigen. Van Heukelum wenste hem vanuit Jutphaas veel succes en beloofde te zullen schrijven. Ook Mengelberg hoopte voor hem het allerbeste en bedankte voor de samenwerking. En, voegde hij er aan toe, wat hem betreft hoefde die niet te eindigen. De afstand was niet onoverbrugbaar. Hij had gehoord dat Pierre Cuypers  bezig was om een kerk te bouwen in Brussel. Misschien dat Martinus daar nog wel contact mee kon opnemen. Willem Stoof prees de jonge schilder in zijn moed en ondernemingszin. Hijzelf stond net op het punt om naar de Zonsteeg te verhuizen. Daar had hij het mooie huis op nummer acht weten te bemachtigen, maar nu vond hij het spijtig dat hij en Gerritje daar het aangenaam gezelschap van Martinus en Christina zou gaan missen. Enkele dagen daarna werden al hun spullen op de wagen van de vrachtrijder geladen en zelf gingen ze met de diligence naar Brussel.  </p>
<p>Het inrichten van het huis verliep vlot. Christina maakte gordijnen voor de ramen. Zij dirigeerde gedecideerd de meubels naar de juiste plek en ruimde de kasten in met de kleding en het linnengoed. De keuken werd ingericht met de potten en pannen, de borden en het bestek. De bedden kregen een plaats en werden opgedekt. Binnen vijf dagen was het huis aan kant en kon het nieuwe leven beginnen. Martinus had intussen zijn werkplaats ingericht en was al druk bezig om verder te werken aan de opdrachten vanuit Holland die waren blijven liggen. Hij moest nog twee portretten afwerken en ook waren er nog contracten voor de levering van drie series kruiswegstaties. Dus over werk hoefde hij zich voorlopig geen zorgen te maken.</p>
<p>In januari van 1877 bereikte hem het bericht dat zijn broer Antonius Johannes die getrouwd is met de zus van Christina plotseling is overleden. Het schokt de familie in hevige mate en Martinus verwijt zich dat hij zo ver weggegaan is zonder dat hij zich het lot van zijn broer heeft aangetrokken. Daarbij had hij zich verlaten op zijn halfbroer Jan die zakelijk wat steviger in zijn schoenen stond, maar desondanks toch failliet gegaan was. Anton zat zonder werk en door zijn zwakke gezondheid was zijn vrouw Carolina genoodzaakt om met haar naaiwerk het gezin te onderhouden. Ook doet het hem zeer dat hij er nu niet is om zijn oude vader te ondersteunen om dit verdriet te dragen. Maar hij had nu eenmaal de stap gewaagd en probeerde er dus maar het beste van te maken. Daarom stortte hij zich onverdroten op zijn werk.</p>
<p style="text-align: center"><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/1d8f686390"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e892ce2e9970d aligncenter" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/277e4fc17b" alt="De molen van Molenbeek" /></a> <em><span style="font-size: 8pt">Windmolen De Potter in Molenbeek</span></em></p>
<p style="text-align: left"><em></em>Ondertussen probeerde hij wegwijs te worden in zijn nieuwe omgeving. Die zag er heel anders uit dan alles wat hij gewend was. Brussel was toen een bruisende stad. Door alle onlusten in Parijs had veel van het culturele leven zich verplaatst naar Brussel. Maar ook vanuit het verarmde Holland was een deel van de culturele elite naar daar gekomen. Op het moment dat Martinus daar neerstreek was de hausse eigenlijk al een beetje over, maar in het straatbeeld was de voorsprong van België op de Noordelijke Nederlanden goed te merken. Molenbeek vormde in het Brusselse een apart stadsdeel, dat voor een belangrijk deel ook erg verschilde van de andere delen. De Chaussée Ninove of de Ninoofse Steenweg zoals die in het Vlaams heette was een landelijke weg die voerde van het centrum van Brussel naar het dorpje Ninove. Door allerlei economische activiteiten kreeg de weg langzamerhand een stadse uitstraling. Ninove lag aan het kanaal van Charleroi naar Brussel, die essentieel was in de Belgische infrastructuur. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/cac8243902"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b0154330ca99c970c alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/644b725e1a" alt="De Ninoofse haven" /></a> De daaraan gelegen haven van Ninove was van enorm belang voor de economische ontwikkeling van het gebied. Het is dus niet zo verwonderlijk dat in de tijd dat Martinus zich daar vestigde er allerhande bouwprojecten werden gerealiseerd. Hij maakte kennis met veel van zijn buren en met de notabelen van het stadsdeel. Zo raakte hij aardig ingeburgerd, terwijl Christina zich met nieuwe energie op het huishouden stortte. Ze onderwees de kinderen in de Franse taal en leerde daar zelf ook van.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/690b4f9828"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b01538f39a11d970b alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/8e22d9933f" alt="Gemeentehuis Molenbeek rue comtes de flandres" /></a> Martinus liet zich inschrijven op het gemeentehuis van Molenbeek en daar maakte hij kennis met burgemeester Hollevoet, een amicale man met een schallende lach en een prachtige baard.<a href="http://kwaster.weblog.nl/files/160/e625fd47e1"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e892dd167970d alignright" style="margin: 0px 0px 5px 5px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/d3e5d15b20" alt="Burgemeester Hollevoet" /></a>  Natuurlijk bracht hij ook een bezoek aan de pastoor van de H. Barbarakerk die vlak bij zijn huis aan het Place de la Duchesse de Brabant/Plein van de hertogin van Brabant was gebouwd. Deze kerk in neogotische stijl was pas zes jaar daarvoor ingewijd. Martinus bewonderde het prachtige hoofdaltaar dat geheel in stijl was gebouwd. Later hoorde hij van zijn buurman Gys dat die samen met een andere architect, ene Duprez, destijds een ontwerp voor een nieuwe Parochiekerk had gemaakt dat door de bouwcommissie (hier <em>kerkfabriek</em> geheten) was afgekeurd vanwege te hoge bouwkosten en omdat zij geen concessies wilden doen was de opdracht gegund aan ene Van de Wiele. Gys vond deze kerk van Van de Wiele een goedkoop ding, waar architectonisch niks aan te beleven viel. <a href="http://kwaster.weblog.nl/files/160/1e9b860dab"><img class="asset asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e892dd38d970d alignleft" style="margin: 0px 5px 5px 0px" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/410ddc50cb" alt="Paardenmarkt place de duchesse" /></a> Het front van de bakstenen kerk, dat naar het plein was gericht, was in natuursteen opgetrokken, de bakstenen rest was tussen de belendende gebouwen opgesloten, zodat het van de straat af nog heel wat leek.Maar Martinus ging er graag ter kerke. Het was een levendige gemeenschap in een gezellige buurt. Verder op het plein was er het Hospice en vooral de paardenmarkt gaf iedere vrijdag veel vertier.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-50/">feuilleton 50</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-50/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feuilleton 49</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-49/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-49/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Jun 2011 11:49:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[biografie Schenk]]></category>
		<category><![CDATA[Feuilleton]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/06/feuilleton-49.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Biografie &#8211; Hard werken Hard werken, dan denk je niet zoveel. Soms is denken een last en werk een bevrijding. Werk had Martinus genoeg.  Achterelkaar kwamen de bestellingen voor de kruiswegstaties bij hem binnen, zodat hij een wachtlijst moest aanleggen. &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-49/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-49/">Feuilleton 49</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Biografie &#8211; Hard werken</span></p>
<p>Hard werken, dan denk je niet zoveel. Soms is denken een last en werk een bevrijding. Werk had Martinus genoeg.  Achterelkaar kwamen de bestellingen voor de kruiswegstaties bij hem binnen, zodat hij een wachtlijst moest aanleggen. Bovendien was hij nauw betrokken bij de activiteiten van het Bernulphusgilde. De deken van het gilde, Van Heukelum, kreeg van Mgr. Schaepman alle medewering om zijn ideeën gestalte te geven. Na enige conflicten met het Utrechtse gemeentebestuur over &#8220;zijn&#8221; collectie werd hij op zijn uitdrukkelijk verzoek benoemd tot pastoor van Jutphaas, een dorpje vlakbij ten zuiden van Utrecht gelegen. Hier werd hij bouwpastoor van de nieuwe Sint Nicolaaskerk, waarbij hij zijn ideeën over Neogotiek en kerkelijke kunst volledig kon uitleven. Het sprak vanzelf dat ook de kunstenaars van het St. Bernulphusgilde daarbij werden betrokken. Maar ondanks dat de kerk van de architect Alfred Tepe al op 9 mei 1875 werd ingewijd zou het nog vele jaren duren voor de inrichting klaar was. Martinus schilderde in deze periode onder andere de kruisweg voor de Onze Lieve Vrouwe Kerk in het Overijsselse dorpje Wijhe. Voor de Sint Vituskerk in Naarden maakte hij twee schilderijen, kopiexebn van een Middelrijns altaar uit 1410. De een voorstellende  de <em>Annunciatie</em> en de ander de <em>Aanbidding der Wijzen.</em></p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/e09e9ff242"><img class="asset  asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b014e891b6810970d" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/51e59395e7" alt="Aan bidding der Wijzen" /></a> <br />
 <em>De Aanbidding der Wijzen voor de Sint Vitus in Naarden</em></p>
<p>Ook maakte hij nog een Kruisweg voor de St. Willibrorduskerk in Olburgen gelegen in de Gelderse Achterhoek.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/46e6e29d88"><img class="asset  asset-image at-xid-6a0133eff7478c970b01538f283e2d970b" src="http://kwaster.weblog.nl/files/2011/06/c08c53d492" alt="Wijhe Statie 12" /></a>  <em><a href="http://www.heiligelebuinus.nl/locaties/page.php?parochie=1&amp;pid=606" target="_self">klik hier voor de kruisweg van de Onze Lieve Vrouwe Kerk in Wijhe</a></em></p>
<p>Dat waren bij elkaar ruim dertig schilderijen nog afgezien van de voorbereidingen en ontwerpen die hij maakte voor de kerk in Jutphaas. Daarnaast lagen er nog opdrachten voor een kruisweg voor de parochiekerk in Weesp en een voor de Buitenkerk van Kampen. Ondanks het vele werk kon Martinus het verdriet niet van zich afzetten. Hij was niet echt een prater waardoor de vragen die hij zichzelf stelde lang onbeantwoord bleven. Het was teveel en het was te snel achterelkaar gekomen. De zin van het leven ontdekken is, ondanks alle vertrouwen en geloof, wel heel moeilijk als je zo hard wordt geslagen. Ook Christina was ontgoocheld en somber geworden, al probeerde zij dat tegenover de kinderen en haar man te verbergen. Maar Martinus merkte de veranderingen wel op. Aanvankelijk dacht hij dat het te maken had met de wijziging van zijn eigen opstelling tegenover het leven. Maar als hij zag hoe behoedzaam Christina omging met de kinderen en tegenover hem haar woorden met zorg koos, maakte dat hem heel verdrietig. Hij moest nog vaak denken aan het advies van Willem Stoof, om de bakens te verzetten. Hij was nu tweexebnveertig jaar. Hij had minstens de helft van zijn leven er opzitten en ondanks dat hij niet ontevreden was met de eerste helft vroeg hij zich af of er niet nog meer in zou moeten zitten. Zou een verandering van omgeving niet heel gunstig kunnen uitpakken voor het gezin, voor Christina en voor hem? Maar dan stortte hij zich weer op zijn werk en schudde alle gedachten van zich af. Als je hard werkt, gaat de tijd ook snel. Martinus bracht naast zijn werk zoveel mogelijk tijd door met zijn zes kinderen. Zijn enige zoon betrok hij meer en meer bij zijn werk en de vijf meisjes liet hij vaak aan Christina over. Maar toch vond hij het heerlijk om als gezin te wandelen, een uitspanning te bezoeken of in eigen kring iets te gedenken of te vieren. Utrecht was een stad waar genoeg te beleven was en de mogelijkheden om te wandelen waren beter dan in Amsterdam. Een enkel keer ging de hele familie met de trein naar Amsterdam om de familie daar te bezoeken. Dat was een hel belevenis en werd door de kinderen gevierd als een groot feest. Ogenschijnlijk hadden Christina en Martinus het prima voor elkaar. Maar nu Christina niet meer zwanger werd begon er toch iets te broeien. Zonder dat er over en weer verwijten werden gemaakt was er toch sprake van onvrede en onrust. Op een avond terwijl Martinus zijn administratie aan het bijwerken was en Christina verdiept in wat verstelwerk, bracht hij toch maar eens het gesprek op zijn carrixe8re verloop. Christina zei dat hij het geweldig deed en dat ze financieel niets te klagen hadden. Maar Martinus ging door en bracht de argumenten van Willen Stoof, die in zijn kop een eigen leven waren gaan lijden, noch maar weer eens ter tafel. Hij had ook wel gemerkt dat hij in de kring van kunstenaars steeds minder serieus genomen werd. Hij trok zich dat aan, want voor hem was de bewuste keus die hij gemaakt had voor zijn richting oprecht en authentiek. Als ze nu eens naar Brussel zouden gaan. Daar kon hij toch ook zichzelf blijven en daarnaast kennis nemen van de ontwikkelingen in de kunst. Hij zou in contact kunnen komen met Willem Roelofs. Heel Utrecht sprak over deze ex-stadgenoot die internationaal grote furore maakte. Zijn kijk op de schilderkunst was zo totaal anders dan waar Martinus voor stond. Maar het leek hem geweldig om daar met hem van gedachte over te wisselen. Christina liet hem maar praten. Haar gedachten gingen heen en weer. Zou zij daar beter in staat zijn om haar verdriet achter zich te laten? Wat dat misschien ook heimelijk de drijfveer van haar man? Ach ze zou hem overal volgen waarheen zijn wegen ook leidden. Dat was haar opvatting van het huwelijk en de opdracht waarvoor zij zich gesteld voelde. Ze moedigde hem niet aan, maar sprak hem ook niet tegen. Ach, hij zou eens gaan informeren, was het laatste wat hij die avond er over zei.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-49/">Feuilleton 49</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/biografie-schenk/feuilleton-49/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Feuilleton 48</title>
		<link>http://kwaster.weblog.nl/actualiteit/feuilleton-48/</link>
		<comments>http://kwaster.weblog.nl/actualiteit/feuilleton-48/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Jun 2011 12:23:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>kwaster</dc:creator>
				<category><![CDATA[actualiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Familie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://kwaster.web-log.nl/kwaster/2011/06/feuilleton-48.html</guid>
		<description><![CDATA[<p>Biografie &#8211; 1874 Maar het leven was hard en gaf bijna geen tijd voor mijmeringen. Dit was zo&#8217;n jaar vol beproevingen. Aanvankelijk liep het zakelijk allemaal nog prima en het gezin draaide onder de strakke leiding van Christina ook heel &#8230; <a href="http://kwaster.weblog.nl/actualiteit/feuilleton-48/">Continue reading <span class="meta-nav">&#8594;</span></a></p><p><a href="http://kwaster.weblog.nl/actualiteit/feuilleton-48/">Feuilleton 48</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: 14pt">Biografie &#8211; 1874</span></p>
<p>Maar het leven was hard en gaf bijna geen tijd voor mijmeringen. Dit was zo&#8217;n jaar vol beproevingen. Aanvankelijk liep het zakelijk allemaal nog prima en het gezin draaide onder de strakke leiding van Christina ook heel goed. Maar dat jaar viel de zwangerschap Christina heel zwaar. Ze had veel pijnen die ze vorige keren niet of nauwelijks gekend had. Ze was erg moe en toen ze op 10 mei beviel van een gezonde dochter kwam dat als een ware opluchting. Martinus ging naar het gemeentehuis om aangifte te doen. De namen die ze hadden uitgezocht voor de kleine waren Jeanne Maria Johanna. Bij het ondertekenen van de geboorteakte zag hij over het hoofd dat de ambtenaar de naam verkeerd had gespeld. Er stond Jeane met één &#8216;n&#8217; in plaats van twee. Later werd die vergissing nog zo vaak gemaakt totdat niemand meer wist hoe je die naam nu precies moest schrijven. Och als dit het grootste probleem van dat jaar was geweest! Hoe zwaar kan het leven zijn voordat het ondraaglijk wordt? Christina kreeg last van koortsen in het kraambed en moest blijven liggen en veel rusten van de dokter. Daardoor kwam er opeens veel meer druk op de andere gezinsleden. De zomer gleed voorbij vol spanningen en kleine conflicten. Vader en kinderen deden hun best om het huishouden te laten draaien zoals moeder dat wenste.</p>
<p>Omdat Martinus had gehoord dat meester Schwartze nogal tobde met zijn gezondheid besloot hij eind augustus om nog maar eens bij hem op bezoek te gaan. Hij had mooi herinneringen aan zijn tijd bij hem op het atelier en hoewel sinds zijn vertrek naar Maarssen en later naar Utrecht het contact wat was verflauwd stelde hij nog steeds veel prijs op een gesprek met hem. Maar hij was te laat. Hij kwam net een dag na het overlijden van Johann Schwartze bij zijn huis aan de Prinsengracht aan. Hij wilde de familie niet storen. Zij waren druk doende de begrafenis te regelen. Maar hij sprak nog wel even met Thérèse. Hij begreep uit haar woorden dat haar vader al geruime tijd ziek was en nauwelijks nog kon werken. Zij prees zich gelukkig dat hij haar alles had geleerd wat maar over te brengen was, zodat zij hem bij het afwerken van de opdrachten wel heeft kunnen helpen. Als de begrafenis achter de rug was, zou ze zich wel eens goed beraden over wat haar te doen stond. Ze wilde graag verder met schilderen, maar vond dat haar opleiding nog niet was voltooid. Uiteindelijk nam Martinus afscheid. Hij wenste haar en de familie sterkte en beloofde om als alles achter de rug was nog eens terug te komen. Daar is het nooit van gekomen. Thérèse vertrok naar München om daar te studeren en Martinus had zo z&#8217;n eigen problemen.</p>
<p>Uiteindelijk knapte Christina weer wat op. Maar toen kwamen de herfststormen en een vroege inval van de koude. Vorig jaar had Martinus in opdracht van Isaac Froger portretten geschilderd van zijn vader en van zijn stiefmoeder. Dit jaar zou vader zijn vijftigjarig jubileum bij de firma vieren en daarbij kreeg hij deze portretten aangeboden. Martinus had er erg zijn best op gedaan om zijn ouders te eren en om zijn waardering voor hen beiden uit te drukken. Maar de feestelijkheden die voor 17 september waren gepland, konden geen doorgang vinden aangezien  op 2 september moeder Christina Freij plotseling overleed. Martinus had erg veel verdriet van dit verlies. Hij had haar altijd als zijn moeder beschouwd. Hij probeerde zijn vader te steunen voor zover dat in zijn vermogen lag. Maar de problemen thuis stapelden zich op. Steeds waren er enkelen van de kinderen ziek. Het was niet alleen de griep die toesloeg. Ook de gevreesde kinderziekte tastte de jonge leden van het gezin aan. De tweejarige Alouis was zo ziek dat hij niet meer kon of wilde eten. Christina en Martinus maakten zich grote zorgen. Het jongetje gloeide van de koorts en lag te rillen in zijn bedje. Dokter was geweest en constateerde mazelen. Natte kompressen en verder goed onder de wol houden, was het enige dat de bezorgde ouders konden doen. Toen ook Henriëtte en Herman ziek werden was echt Leiden in last. Een lichte paniek maakte zich van Christina meester. Martinus probeerde haar zoveel mogelijk gerust te stellen en te helpen met allerlei huishoudelijke werkjes.</p>
<p>Het was al laat. De duisternis had bezitgenomen van alle hoekjes van de kamer. Een zacht grijs licht drong moeizaam door tot het kinderbedje dat voor het raam was gezet. Martinus zat in de armstoel die hij vaak gebruikte voor zijn schrijfwerk. Zijn ellebogen steunden op de armleuningen, terwijl hij met een ongeruste blik het onregelmatige ademen van Alouis volgde. Soms stokte die adem en dan veerde de ongeruste vader op om bij wat reutelende kuchjes weer terug te zakken in zijn houding. Christina lag op twee meter afstand te slapen. Maar hij kon aan haar draaien merken dat het geen rustige slaap was. Als Alouis zachte kreetjes uitte, hoorde Martinus aan haar bewegingen dat zij het opmerkte.</p>
<p>Martinus dacht na over zijn leven. Het leven dat hij deelde met Christina en alle kinderen die zij hem gebaard had. Het is een lieve vrouw. Een goede vrouw. Zij stelde hem in staat te doen wat hem goed leek. Hij kon op haar vertrouwen. Zij verdiende het niet dat haar overkwam wat hij vreesde sinds de ziekte de kop had opgestoken. Natuurlijk, Stientje en ook Jan waren al eens zo ziek geweest en waren er toch ook weer bovenop gekomen. Maar je hoorde zo vaak dat een kind het niet gered had. Het was afwachten en bidden dat het over zou gaan. Bidden deed hij de laatste tijd veel meer dan voorheen. Hij kreeg veel opdrachten van de kerk. Daar was hij Onze Lieve Heer dankbaar voor. Het was mooi werk en hij had het gevoel dat hij daarmee God kon eren. Maar nu betroffen zijn gebeden een wel heel persoonlijk doel. Hij vroeg aan God om zijn gezin te vrijwaren van het onheil dat hij vreesde, het verlies van zijn kind. Hij moest vertrouwen hebben, maar het was zo angstig stil in de kamer. Het kind lag stil in zijn bedje, maar het gloeide helemaal en had de ogen wijd opengesperd als Martinus over hem heen boog. Zachtjes reutelde de adem door het kinderlijfje. Met een nat lapje maakte hij de schilferende lipjes van zijn zoontje vochtig. Meer kon hij even niet doen.</p>
<p>Marinus schrok op. Zijn elleboog was van de leuning gegleden. Had hij geslapen? Er was niets veranderd in de kamer. Het licht was iets bleker geworden Alouis lag rustig te slapen. Ook Christina verroerde zich niet. In de verte hoorde hij het ratelen van een wagen over een brug. Wie zou er zo laat nog onderweg zijn? Of was het al vroeg in de ochtend? Het was te donker om op de klok te kijken, maar hij durfde geen licht te maken. Het was nog steeds stil in het kinderbedje. Martinus streek met zijn hand over het bolletje. Hee, wat was dat koud. Zou de koorts geweken zijn? Nee, hij was te koud. Hij besefte meteen dat Alouis een engeltje geworden was. Een snik ontsnapte aan zijn borst. Doelloos bleef hij zitten in de stoel en wachtte tot het licht geworden zou zijn. In zijn verslagenheid viel hij weer in slaap.</p>
<p>Een kreet van Christina maakte dat hij wakkerschrok. Ze was opgestaan en had ontdekt wat er die nacht gebeurd was. Haar gezicht stond vol verwijten dat Martinus haar niet gewekt had, maar haar verdriet maakte haar mild. Snel kleedde zij zich aan en ging kijken bij de andere kinderen. Gelukkig trof ze de anderen allen slapend aan. Ze maakte hen wakker om te vertellen dat die nacht hun broertje was overleden. Henriëtte en Herman waren te ziek om te beseffen wat er gebeurd was en ook de kleinsten hadden er geen benul van. Maar Stientje moest er erg van huilen en kon maar met moeite tot bedaren worden gebracht. Jan beet op zijn lip. Hij wist zich met zijn houding geen raad. Moeder streek over zijn wang en vroeg hem om vader te gaan helpen. Martinus had zich inmiddels wat opgefrist bij de pomp en was bezig pap te maken voor het ontbijt. Voor zichzelf maakte hij een kop koffie en bedacht wat hem allemaal te doen stond. De dokter had gisteren gezegd dat hij vandaag zou terugkomen, al kon die niets anders doen dan de dood vaststellen. Daarna zou hij naar het stadhuis moeten om aangifte te doen van het overlijden en zou hij bij de aanspreker langsgaan die de begrafenis van het ventje zou regelen. Het was een van de somberste dagen van zijn leven. Het kwam ook zo onverwacht. Martinus was geen klager. Hij rechtte zijn rug. Hij sprak Christina moed in en ging weer aan het werk. Al schilderend over het lijden van Christus kwam zijn eigen verdriet daarmee in conflict. Waarom moet zo&#8217;n onschuldig klein mensenkind op deze akelige manier eindigen nog voor het aan het leven kon beginnen? Wat had God daarmee voor? Of mocht hij die vragen helemaal niet stellen? Heeft de mens maar te aanvaarden hoe het leven zich voordoet? Martinus  schilderde een Romein die Jezus vastspijkerde op het kruis. Hij zag dat de man een satanische uitdrukking op het gezicht kreeg en in de Jezus projecteerde hij zijn eigen verdriet. Maar nee. Hij schudde de gedachte van zich af. Zijn verdriet mocht hij niet vergelijken met het Lijden. Hij kon niet weten dat een maand later ook zijn tweede zoon Herman zou overlijden aan een longontsteking.</p>
<p><a href="http://kwaster.weblog.nl/actualiteit/feuilleton-48/">Feuilleton 48</a> is a post from <a href="http://kwaster.weblog.nl">kwaster.web-log.nl</a>.</p>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://kwaster.weblog.nl/actualiteit/feuilleton-48/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Page Caching using disk: enhanced
Database Caching using memcached
Database cluster enabled 

Served from: _ @ 2012-05-24 14:20:05 -->
